FotoFAQ: termen

Als je een (onderwater)camera wil kopen, kom je allerlei termen tegen: megapixels, sluitertijd, diafragma… Maar wat betekent dat allemaal? En wat voor effect heeft het op je camera’s functioneren en de foto’s? En vooral: wat is voor onderwaterfotografie handig?

 

Hier een online woordenboek met fotografie termen en uitleg met betrekking tot onderwaterfoto’s.

 

Megapixels

Het aantal megapixels zegt iets over hoeveel informatiepuntjes er opgeslagen worden. In marketingland wordt je voorgehouden dat ‘hoe meer pixels, hoe betere fotokwaliteit’. Maar dat is niet altijd waar. Wat zijn de voor- en nadelen?

 

Voordelen van meer megapixels:

  • Meer pixels betekent meer details op de foto
  • Je kunt foto’s groter afdrukken.
10 Megapixel15 Megapixel18 Megapixel
Pixels per centimeterAfmeting (cm)Afmeting (cm)Afmeting (cm)
Optimale afdruk118 (of meer)30 x 20 cm.40 x 30 cm.40 x 30 cm.
Goede afdruk89 (gemiddelde)
(tussen de 60-118)
40 x 30 cm.50 x 40 cm.55 x 41 cm.
Minste kwaliteit60 (of minder)60 x 45 cm.75 x 55 cm.80 x 60 cm.

 

Nadelen van veel megapixels:

  • Als de omgeving donkerder is en de ISO waarde omhoog gaat, kunnen pixels gaan ‘lekken’ naar hun buren. Hierdoor krijg je een soort ‘korreltjes’ (ruis) op je foto die je vaak ziet als je binnenshuis of ’s avonds fotografeert.
  • De fotobestanden zijn veel groter en dus heb je grotere SD kaartjes en/of meer schijfruimte op de computer nodig.

 

Conclusie: Kies het aantal megapixels op basis van hoe groot je foto’s maximaal wil afdrukken. Vaak is minimaal 10MP voldoende (en hebben camera’s tegenwoordig vaak meer dan dat). Over het aantal megapixels hoef je je tegenwoordig niet meer zo druk te maken.

 

Bronnen

 

Sluitertijd

De sluitertijd geeft aan hoe lang er licht op de beeldsensor valt. Deze kan tussen een aantal seconden tot fracties van seconden (bijvoorbeeld 1/4000) liggen. Hoe sneller de sluitertijd, hoe meer bewegingen ‘bevroren’ worden en vice versa: hoe langzamer de sluitertijd, hoe makkelijker bewegingsonscherpte optreedt. Maar tevens betekent dat dat er minder lang licht op de sensor komt – daardoor wordt de sluitertijd langzamer naarmate de omgeving donkerder wordt. Tot ongeveer 1/60 van een seconde kun je vanuit de losse hand nog scherpe foto’s maken; alles daaronder heb je een statief nodig.

Onderwater is een snelle sluitertijd prettig. Vaak lig je niet helemaal stil in het water (of dat nou in het zwembad, met snorkelen of met duiken is). Bovendien bewegen de beelden om je heen vrij snel (vissen, mensen). Een snelle sluitertijd zorgt er dan voor dat je tóch scherpe foto’s hebt in plaats van een grote wazige vlek.

 

Bron

 

Diafragma

Diafragma is de grootte van de opening van de lens uitgedrukt in een F getal. Hoe kleiner het F getal, hoe groter de opening. Zo is F/2.0 een grotere opening dan F/3.5. Hoe groter de opening kan, hoe meer licht er binnen kan komen. Daardoor wordt het F getal lager naarmate de omgeving donkerder wordt. Vergelijk het met je pupil: deze wordt ook groter naarmate er minder licht is. Vanaf F/2.8 en lager wordt gesproken van een lichtsterke lens – deze zijn vaak ook duurder.

Daarnaast bepaald diafragma ook de scherptediepte van de foto. Hoe hoger het getal, hoe meer van de achtergrond scherp op de foto staat – en vice versa: hoe lager het F getal, hoe minder van de achtergrond scherp is.

Een lichtsterke lens is onderwater zeker een voordeel. Hoe dieper je onderwater gaat, hoe minder licht er aanwezig is – het is dan fijn dat je cameralens zoveel mogelijk licht op de beeldsensor kan verzamelen. Bovendien kun je je onderwerp van je foto’s optimaal naar voren laten komen met een kleiner F getal (zie ook ‘belichtingsdriehoek’ na ‘ISO waarden’).

 

Bron

 

ISO waarden

De ISO waarde wordt ook wel de lichtgevoeligheid genoemd. Hoe hoger de ISO waarde, hoe lichtgevoeliger. Hoe minder licht in de omgeving, hoe lichtgevoeliger je camera ingesteld moet worden, dus hoe hoger de ISO waarden. Het nadeel echter van hogere ISO waarden is de toenemede ruis: korreltjes of spikkeltjes die je vaak ziet als je foto’s binnenshuis of bij schemerlicht maakt. Gelukkig worden camera’s steeds beter en zie je vaak pas vanaf ISO 1600 de ruis ontstaan.

Onderwater is het handig dat ISO waarden omhoog kunnen, omdat er minder licht aanwezig is. Om te voorkomen dat je sluitertijd onder de 1/60 seconden (zie ‘sluitertijd’) komt, gaat de ISO waarde omhoog. Zo kun je ook onderwater nog steeds goed belichte én scherpe foto’s blijven maken.

 

Bron

 

Belichtingsdriehoek

De sluitertijd, diafragma en ISO waarden bepalen samen de belichting van je foto. Bij een point-and-shoot camera worden deze instellingen vaak voor je bepaald – je hebt er geen omkijken naar. Met een spiegelreflex kun je alle instellingen zelf bepalen. Hiertussen zitten vaak ook nog opties, zoals de Ricoh WG4 die de ‘shutter priority’ heeft waarbij je zelf de sluitertijd kan bepalen.

 

Hieronder zie je in een plaatje de effecten van bepaalde instellingen – van boven naar onder: diafragma, sluitertijd en ISO waarden.

belichtingsdriehoek diafragma sluitertijd iso

 

RAW fotograferen

Normaal worden fotobestanden op je SD kaartje opgeslagen als een JPG of JPEG bestand. Bij het fotograferen in RAW formaat wordt er echter meer informatie per pixel opgeslagen, voornamelijk kleurinformatie. Hierdoor moet je achteraf altijd nog even je foto’s bewerken, maar kun je wel veel meer met die bewerkingen doen dan met een JPEG bestand (zonder echt op kwaliteit in te leveren). Een nadeel van een RAW bestand is dat het veel groter is en je daardoor meer opslagruimte moet hebben.

 

Conclusie: Wil je weinig nabewerken, dan is een JPEG bestand prima. De kleurbewerking wordt dan direct en automatisch voor je gedaan. Meestal is dit vrij accuraat, maar onderwater is de kleur rood minder aanwezig. Daardoor kunnen foto’s (met name bij het duiken) blauw lijken/worden. Wil je meer nabewerkingsmogelijkheden hebben, controleer dan of de camera naar keuze in RAW kan schieten (van alle stevige camera’s kan alleen de Olympus Tough TG-4 dit).

 

Bron

 

Macro fotografie

Bij macro fotografie staat het onderwerp op een schaal van 1:1 cm op de foto: het onderwerp wordt dus op werkelijke grootte gefotografeerd. Overigens is de lijn tussen macro en close-up erg smal, dus laten we stellen dat de foto van erg dichtbij genomen is. Omdat je heel dichtbij komt met je camera, moet je lens van heel dichtbij kunnen scherpstellen. De instelling wordt vaak aangeduid met een tulp.

Met een compactcamera kan je prima macro foto’s maken. Echter kom je vaak erg dicht op je onderwerp, waardoor je licht verliest. Een lichtlens, zoals de Olympus Tough TG3 en Ricoh WG4 GPS hebben, kan hier een oplossing bieden: een gelijkmatig extra licht zorgt ervoor dat je niet zoveel in sluitertijd moet inleveren dat foto’s onscherp worden.

 

Bron

 

Flitsen onderwater

De ingebouwde flitser is bedoeld om extra licht op je onderwerp te brengen. Het flitslicht weerkaatst op het onderwerp en komt zo weer terug in de lens. Onderwater is flitsen, zeker bij dieper dan 10 meter, bijna noodzakelijk om kleuren nog mooi naar voren te laten komen. Dat komt omdat de kleur rood minder aanwezig is onderwater. Ons oog compenseert dat, maar de camera niet.

Echter zijn onderwater veel zwerfvuiltjes – deze zijn in meer of mindere mate zichtbaar voor ons oog, maar als je flitst dan pikt de camera ze zeker op! Zeker met een interne flitser wordt elk zwerfvuiltje tussen jouw camera en je onderwerp belicht en daarmee op je foto gezet. Dit zorgt voor een soort ‘schitteringen’ in je foto die je liever niet hebt.

Een alternatief voor het gebruik van de ingebouwde flitser is een externe flitser. Omdat deze vaak verder boven of aan de zijkant van de lens zit, wordt door deze flitser minder zwerfdeeltjes belicht en daardoor zijn ze niet/minder zichtbaar. De Nikon AW130 biedt de optie om een externe flitser te monteren.

(Zie voor een verduidelijkende afbeelding tip 8 uit de bron.)

 

Bron

 

Zoomen

Met digitale (compact)camera’s kun je op twee manieren zoomen: optisch en digitaal. Bij optisch zoomen, zoom je met de lens. De lens zorgt daarbij voor vergroting van het beeld. Hierbij treedt amper kwaliteitsverlies op. Echter is het wel zo dat hoe meer je zoomt, hoe stiller je de camera moet houden, anders krijg je een onscherpe foto. Daarom zou je eigenlijk niet vaker dan 3 tot 5x optisch moeten zoomen (en anders de sluitertijd hoger zetten om bewegingsonscherpte te voorkomen).

Bij digitale zoom wordt er ingezoomd op een gedeelte van het digitale beeld. Eigenlijk snijd je dus een gedeelte uit je foto en maak je die groter. Daardoor wordt de foto minder scherp en verlies je dus kwaliteit. Gebruik digitale zoom daarom alleen als je écht niet dichterbij je onderwerp kan komen. Aan de camera kun je vaak zien dat er over wordt gegaan aan een klein dwarsstreepje op de zoombalk (en vaak hoor je het verschil ook aan je camera).

 

Optische zoom versus digitale zoom

optische zoom versus digitale zoom

Bron: PosterCandy

 

Onderwater kun je beter dichterbij je onderwerp komen dan zoomen. Onderwater is namelijk al minder licht, dus je sluitertijd is lager. Onscherpe foto’s door jouw beweging of door beweging van je onderwerp liggen daardoor op de loer. Optisch zoomen zorgt voor nog een extra risico voor onscherpe foto’s. Bovendien vergroot je niet alleen je onderwerp, maar ook alle zwerfvuiltjes in het water. Digitaal zoomen zorgt sowieso al voor kwaliteitsverlies. Wil je toch zoomen, gebruik dan maximaal 3x optische zoom en vermijd de digitale zoom zoveel mogelijk.

 

Bronnen

 

Beeldstabilisatie

Zoals het woord eigenlijk al zegt, is beeldstabilisatie een techniek waarbij het beeld gestabiliseerd wordt. Dit zijn kleine handbewegingen – je hebt de camera nooit echt helemaal stil. Beeldstabilisatie filtert deze minuscule bewegingen uit de foto. Zo wordt de kans op een scherpe foto vergroot. Echter gaat het alleen kleine bewegingen die je maakt – als je de camera centimeters heen en weer beweegt of als je onderwerp heftig beweegt, zal een beeldstabilisator weinig kunnen uitrichten.

Elke cameramerk noemt de beeldstabilisatie anders. Canon noemt het bijvoorbeeld Image Stabilization (IS) en Nikon noemt het Vibration Reduction (VR). Allen komen neer op een vertaling uit het Engels en hebben te maken met ‘bewegingen minimaliseren’.

Beeldstabilisatie is overigens niet per se nodig om mooie foto’s te kunnen maken; het kan ook zonder. Echter helpt het wel bij het makkelijker verkrijgen van scherpe foto’s.

 

Bron

 

Vragen?

Heb je vragen, opmerkingen of mis je een term? Stuur me een berichtje!

Als je wil dat ik naar aanleiding van je vraag je mail met het antwoord, vul dan ook even je naam en emailadres in.

    Je naam

    Je e-mail

    Je vraag